Een haven geeft altijd gedoe
De onzekere toekomst van de haven
Prof. dr. Harry Geerlings
Spreker is als hoogleraar verbonden geweest aan de Erasmus School of Social and Behaviour Sciences van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Zijns inziens staat de haven nu voor de grootste uitdaging sinds de Tweede Wereldoorlog, namelijk de overgang van een oude economie (op basis van fossiele energie) naar een nieuwe.
Kijkend naar de geschiedenis van de haven:
– 1900 – 1940: grote rol van de “havenbaronnen”; aanvoer van en handel in kolen als basis;
– 1945 – 2020: aandeelhouderseconomie; aanvoer, opslag, handel en verwerking van olie gas
(de haven verplaatst zich naar buiten de stad).
Het begin van de haven ligt rond de 16e eeuw met wat nu de “Oude Haven” is. Voordeel is dat het havengebied van Rotterdam naar behoefte is uit te breiden en betere verbindingen met het achterland (Duitsland, ijzererts) heeft, maar de haven van Antwerpen is beter bereikbaar (dichter bij zee). Om Rotterdam (vanuit zee bereikbaar via het riviertje Botlek) beter bereikbaar te maken wordt het Kanaal door Voorne gegraven (en in 1863 de Nieuwe Waterweg).
De invloed van de havenbaronnen (zoals de van Beuningens en de Fenteners van Vlissingen) op de stad is groot. Veel van de betreffende families zijn Remonstrants, zijn door huwelijken met elkaar verbonden en zijn lid van “Club Rotterdam” (een sterke lobbyclub). Ze behoren ook tot de culturele elite van de stad. Deze lobby leidt onder meer tot de vestiging van het (particuliere) vliegveld Waalhaven. Overigens past niet elke havenbaron in dit beeld: Pincoff kon geen lid worden van Club Rotterdam. Toen zijn bedrijf failliet ging, nam de gemeente zijn boedel over, wat leidde tot het Gemeentelijk Havenbedrijf (veel later geprivatiseerd met de Nederlandse staat en de gemeente Rotterdam als aandeelhouders).
Van Beuningen zit in het kolentransport. Kolen gaan per sleepbak naar Duitsland (Ruhrgebiet met ijzerfabrieken) of naar op chemiebedrijven met kolen als grondstof. De overslag gebeurt door havenarbeiders (sjouwers). Van Beuningen heeft er oog dat de overslag een forse fysieke belasting impliceert en ontwikkelt daarom een machinale “kolentransporteur”.
Nadat de haven in 1940 gebombardeerd is, ligt deze tot de bevrijding stil. Dankzij het Marshall-plan starten de haven en een aantal (deels) nieuwe petrochemische bedrijven (o.a. Shell in Pernis en Esso in de Botlek) opnieuw op. Met een sterke onderlinge verwevenheid (bedrijven gebruiken [half-]producten van andere bedrijven als grondstof).
Rond ca 1960 begint de containerisatie: om goederen van A naar B te transporteren is het economisch aantrekkelijk om dat in een “stapelbare standaard-doos” te doen. Gemeente en transportbedrijven stichten European Combined Transport (ECT).
In de jaren tachtig ontstaan er sociale problemen in Rotterdam, de sociale cohesie verdwijnt (denk aan Perron 0, prostitutie GJ de Jonghweg, Vogelaarwijken). Ook (of mede daardoor) ontstaat er spanning tussen de havenautoriteiten en de maatschappelijke opgaven. De “haven-community” laat zich weinig aan de maatschappelijke opgaven gelegen liggen: bedrijven gaan liever voor het tevreden houden van hun aandeelhouders dan voor een bijdrage aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken (klimaat). Spreker constateert dat er nu een nieuwe generatie havenautoriteiten (wethouder voor de haven resp. directeur Havenbedrijf) met meer visie hoe deze spanning op te lossen.
De presentatie is te bekijken en te downloaden door op de link te klikken.