frits-zwart

De Liszt-leerling Alexander Winterberger en zijn pupil Samuel de Lange jr.; de introductie van de orgelmuziek van Franz Liszt in Nederland

Frits Zwart, directeur Nederlands Muziek Instituut

Alexander Winterberger (1834-1916), leerling van Franz Liszt, was niet alleen een begaafd pianist maar ontwikkelde zich ook tot een gedreven organist en door Liszt’s onderwijs tot een geweldige discipel van de nieuwe orgelmuziek die deze schreef. Twee grote orgelwerken van Liszt zijn nauw verbonden met het orgel van F. Ladegast dat deze in 1855 bouwde in de kerk van Merseburg: Fantasie en Fuga over het koraal Ad nos, ad salutarem undam (thema uit Le Prophète van Meyerbeer) en Preludium en Fuga over de naam Bach. Voor deze gebeurtenis ‘orkestreerde’ Liszt met Winterberger deze technisch moeilijke stukken die nieuwe elementen bevatten, geënt op de pianomuziek, en de virtuositeit van de piano ook op het orgel overbrachten. De dynamiek in deze muziek kende grote verschillende en ook de muzikale vorm die Liszt gebruikte werd veel vrijer toegepast dan voorheen.

Nadat Winterberger zijn Duitse collega-organisten versteld had doen staan met zijn geweldige techniek en met Liszt’s baanbrekende muziek kwam Winterberger enige tijd naar Nederland waar hij deze werken op de orgels van Haarlem, Utrecht en Rotterdam speelde en alom bewondering oogstte.

Winterberger trad ook op als pianist en liet eigen composities horen. Zijn spel verried hem als leerling van Liszt en wekte ook weer waardering en bijval, maar zijn composities kregen dit veel minder omdat hij de invloed van Liszt hierin liet horen, de invloed van de z.g. neu-Deutsche Schule.

Tijdens het verblijf van Winterberger in Nederland maakte hij kennis met de familie S. de Lange in Rotterdam. Hij raakte ook met hen bevriend. Aan de begaafde zoon Samuel (jr.) gaf hij enige tijd les. Toen Samuel de Lange jr. in 1857 zijn debuut als organist maakte in Rotterdam en Utrecht werd hij aangekondigd als leerling van zijn vader èn van Alexander Winterberger. De Lange jr. debuteerde o.a. met de grote Fantasie en Fuga van Liszt over Ad nos ad salutarem undam. Ook hij imponeerde zijn publiek met zijn virtuoze spel.

Winterberger verliet Rotterdam kort nadat zijn leerling zich had gepresenteerd. Zijn vertrek is omgeven met enige geheimzinnigheid omdat hij dit aankondigde aan zijn leermeester Franz Liszt en zinspeelde op hoogst ernstige gebeurtenissen waardoor hij onverwijld de stad moest verlaten.

Samuel de Lange jr. (1840-1911) ontwikkelde zich nadien niet tot een voorvechter van de muziek van Liszt. Wel volgde hij zijn leraar Winterberger nog naar Wenen, maar gaandeweg richtte De Lange zich meer op de oude muziek. Dat was uiteraard de muziek van Bach, maar ook van oudere componisten. In die tijd was dat nog zeldzaam. Hij ontwikkelde zich tot een groot organist van Europees formaat. Ook als pianist heeft hij betekenis gehad. In de ontwikkeling van zijn carrière is hij nogal eens teleurgesteld. Verschillende aantrekkelijke vacatures zijn hem ontgaan. Gaandeweg vond hij zijn werkterrein buiten Nederland. Hij overleed dan ook in Stuttgart waar hij verbonden was aan het conservatorium waarvan hij zelfs directeur was geworden.

De inleider heeft enkele jaren geleden bij nazaten van de familie De Lange in de Elzas veel manuscripten van telgen uit deze familie aangetroffen. Ook van Winterberger werden daar manuscripten aangetroffen, waaronder zelfs een afschrift van Liszt’s Preludium en Fuga over Bach, dat Winterberger gebruikte om er in Nederland zijn vertolkingen van te geven. Gelukkig is dit kostbare handschrift sedert enige tijd ondergebracht bij het Nederlands Muziek Instituut in Den Haag, evenals de andere manuscripten en muziekuitgaven.