Strangers in ballastwater
Cees de Keijzer, President World Ship Society Rotterdam
De inleider sprak over de problemen die ballastwater met zich meebrengt. Om een schip stabiel te houden en de constructie te ondersteunen wordt ballastwater ingenomen. Als een schip zonder lading vaart, vervoert het dus water van de ene haven naar de andere. Vroeger werd het zeewater gewoon naar binnen gepompt en aan het einde van de reis weer naar buiten gepompt. In het water zitten allerlei (micro)organismen die het natuurlijke evenwicht kunnen verstoren. Als voorbeelden noemde hij een Amerikaanse kwallensoort die de anchovis in de Zwarte Zee volledig ombracht en een Europese mossel die de watertoevoer van fabrieken in het grote Merengebied in Amerika blokkeerde. Om deze ongewenste situaties te voorkomen is het noodzakelijk ballastwater te behandelen. Het gaat daarbij om enorm grote hoeveelheden zeewater van tientallen miljarden liter per jaar.
Door landen is binnen het IMO (International Maritime Organization) een verdrag opgesteld met minimum eisen voor de behandeling van ballastwater. Dit verdrag krijgt zeggenskracht als een aantal landen ondertekent dat minstens 35% van het wereldtonnage uitmaakt. Momenteel is de stand 34,87% maar mogelijk ondertekent Finland binnenkort waarmee het percentage boven de 35% komt. Het verdrag wordt dan wereldwijd geldig.
Inmiddels zijn er systemen in ontwikkeling om aan deze eisen te kunnen voldoen. Het grote probleem daarbij is dat de systemen heel snel grote hoeveelheden water moeten kunnen behandelen. Het IMO moet de systemen goedkeuren en dat is voor een aantal gebeurd dan wel onderweg.
De voordracht is op de gebruikelijk manier in te zien en te downloaden.